watt4
Start gratis

Navigatiemenu

← Alle artikels
8 min lezen

FTP verhogen met vijf uur training per week

Meer uren krijg je niet. Wat je wel kunt veranderen, is wat je in die uren doet.

Ook beschikbaar in: EnglishFrançaisEspañolItaliano

FTP verhogen met vijf uur training per week

Je rijdt drie, vier keer per week. Meestal een uur tot anderhalf uur, stevig maar niet voluit, met een paar keer aanzetten op die ene helling in de buurt. Je komt moe thuis, dus het voelt als goed werk. En toch staat je FTP al maanden op hetzelfde getal.

Dat ligt niet aan je inzet. Het ligt eraan dat al je ritten op elkaar lijken. Je kunt je FTP verhogen met vijf uur per week, maar alleen als elke rit een duidelijke taak heeft.

Waarom je vastzit: de grijze zone

Wie weinig tijd heeft, wil elke minuut laten tellen. Dus rijd je elke rit net wat harder dan rustig. Op vermogen komt dat meestal uit tussen 76 en 90% van je FTP: tempo, zone 3 bij Coggan, soms net daarboven.

Trainers noemen dat de grijze zone. Het is geen term uit de fysiologie, eerder vakjargon van coaches, maar het patroon is herkenbaar. Die ritten zijn te zwaar om echt van te herstellen en te licht om je drempel flink aan te spreken. Je stapelt vermoeidheid op zonder de prikkel die je FTP doet stijgen.

Tempo is op zich geen slechte zone. Het probleem is dat elke rit erin belandt. Een uur aan 200 watt bij een FTP van 250 watt is 80% van je FTP: tempo. Doe je dat vier keer per week, dan zijn je rustige dagen niet rustig en je harde dagen niet hard.

Seiler zag bij goed getrainde duursporters dat ongeveer 80% van hun training op lage intensiteit gebeurt. Met vijf uur per week hoef je die verhouding niet letterlijk over te nemen, maar het principe blijft overeind: maak de rustige ritten echt rustig, zodat je de harde echt hard kunt rijden.

Kwaliteit boven kwantiteit: wat één uur kan opleveren

Met vijftien uur per week kun je je wat kilometers zonder doel permitteren. Met vijf uur niet. Neem een renner met een FTP van 250 watt en twee manieren om hetzelfde uur te vullen:

  • Rondje rijden: 60 minuten rond 200 watt. Je bent moe, maar je hebt geen minuut op je drempel gezeten.
  • Drempeltraining: 12 minuten inrijden, 3 × 10 minuten op 95–100% FTP (238–250 watt) met 5 minuten rustig ertussen, 8 minuten uitrijden.

Zelfde uur. In de tweede rit zit je 30 minuten rond je drempel, precies het vermogen dat je wilt verhogen. Wil je een hoger vermogen langer kunnen volhouden, dan moet je tijd doorbrengen rond dat vermogen. Een uur aan 80% komt daar niet aan.

Een vast schema uit een pdf kan je zo'n training ook geven. Het verschil merk je pas als je dinsdag niet kunt: het schema schuift niet mee, en dan rij je twee zware dagen na elkaar of valt net de belangrijkste training weg. Meer daarover in vast of adaptief trainingsschema.

Progressieve overbelasting: elke week een beetje meer

Je lichaam past zich aan wat je het vraagt. Vraag je elke week hetzelfde, dan krijg je elke week dezelfde renner. Dezelfde clubrit op zaterdag is onderhoud, geen opbouw.

Progressieve overbelasting betekent dat je de belasting stap voor stap verhoogt, net genoeg om je lichaam te dwingen zich aan te passen. Met weinig tijd doe je dat het makkelijkst door eerst de tijd in de zone te verlengen en pas daarna de intensiteit op te trekken. Een voorbeeld met sweet spot, net onder je drempel:

  • Week 1: 3 × 10 minuten op 88–93% FTP, 5 minuten rustig ertussen.
  • Week 2: 3 × 12 minuten, zelfde intensiteit, 4 minuten rustig ertussen.
  • Week 3: 2 × 20 minuten, 5 minuten rustig ertussen.
  • Week 4: lichtere week. Eén keer 2 × 10 minuten, de rest rustig.

Haal je in week 2 je doelvermogen niet, herhaal dan week 1 in plaats van door te duwen. Na de lichtere week begin je opnieuw, een trede hoger: blokken op 95–100% FTP in plaats van sweet spot.

Drie weken opbouwen en één week lichter is een gangbare afspraak onder coaches, geen natuurwet. Sommige renners hebben al na twee weken een rustigere week nodig, anderen kunnen er vier aan.

Belangrijk: je zones moeten meeschuiven. Stijgt je FTP maar train je nog op het oude getal, dan worden je trainingen ongemerkt te makkelijk. De klassieke manier is een test van 20 minuten: je FTP is ongeveer 95% van het gemiddelde vermogen. Watt4 schat je FTP uit de ritten die je al reed en zegt erbij hoe zeker die schatting is, zodat je niet elke maand een test hoeft in te plannen.

Herstel: daar word je sterker

Je wordt niet sneller tijdens de training. De training is de prikkel; de aanpassing gebeurt in de dagen erna, als je lichaam er de kans voor krijgt. Wie vijf uur per week traint naast een job en een gezin, zit vaak niet krap in trainingstijd maar in herstel.

Slecht geslapen, een drukke week op het werk, een ziek kind: je lichaam telt die stress op bij je trainingsstress. Het maakt geen onderscheid.

Signalen dat je beter een stap terugzet:

  • Je haalt in het eerste interval je doelvermogen niet, of alleen met een hartslag die veel hoger ligt dan normaal.
  • Je hartslag wil juist niet omhoog, terwijl je benen al branden.
  • Een rustige rit voelt zwaar.
  • Je slaapt al een paar nachten slecht.

Meet je zelf je HRV met een horloge of app, dan is een waarde die een paar dagen duidelijk onder je normale niveau ligt nog een signaal. Laat één getal wel nooit zwaarder wegen dan hoe je benen aanvoelen in het eerste interval.

De regel is eenvoudig: twijfel je, schuif de zware training dan een dag op of vervang ze door een uur rustig rijden. Een overgeslagen duurrit kost je weinig. Een VO2max-training die je half afwerkt terwijl je al moe bent, kost je de training én nog twee dagen herstel.

Een voorbeeldweek van vijf uur

Een week voor iemand met een job en weinig marge: drie trainingen van een uur in de week, een langere rit in het weekend en drie rustdagen.

Maandag: rust. Na het weekend heb je het meest aan een dag zonder fiets.

Dinsdag (1 uur): VO2max. 15 minuten inrijden met drie korte versnellingen. Dan 5 × 3 minuten op 110–120% FTP, telkens 3 minuten heel rustig ertussen. 18 minuten uitrijden. Waarom: deze blokken trainen je maximale zuurstofopname, het plafond waaronder je FTP zit. Hoe hoger dat plafond, hoe meer ruimte je drempel heeft om te stijgen. Drie minuten is lang genoeg om je zuurstofopname dicht bij het maximum te krijgen, en kort genoeg om vijf keer kwaliteit te leveren.

Woensdag (1 uur): duurrit. Zone 2, 56–75% FTP, gerust aan de onderkant. Rij je op hartslag, dan is zone 2 ongeveer 69–83% van je drempelhartslag. Waarom: dit bouwt je aerobe basis zonder dat het je de training van donderdag kost. Je moet nog kunnen praten.

Donderdag (1 uur): sweet spot. 10 minuten inrijden, 3 × 12 minuten op 88–93% FTP met 4 minuten rustig ertussen, 6 minuten uitrijden. Waarom: dit is de training die je FTP het meest rechtstreeks aanspreekt. Sweet spot ligt hoog genoeg voor een stevige prikkel en laag genoeg om lange blokken te rijden en de dag erna gewoon te functioneren. Volg hier de progressie van hierboven.

Vrijdag: rust.

Zaterdag (2 uur): lange rit. Vooral zone 2, met 2 × 20 minuten tempo op 76–85% FTP, liefst bergop of op een lang stuk zonder kruispunten. Waarom: de duur bouwt je basis, de tempoblokken leren je lang en gelijkmatig te rijden. Ja, dat is de zone die hierboven de grijze zone heette. Het verschil: hier is ze gepland en afgemeten, en de rest van de rit is echt rustig. Rij je liever de clubrit, dan is dat je lange rit. Laat de tempoblokken dan vallen en spring niet op elke helling mee.

Zondag: rust.

Totaal: vijf uur. Ongeveer 50 minuten daarvan op sweet spot of hoger, 40 minuten tempo, de rest rustig. Dat is meer intensiteit in verhouding dan bij iemand die vijftien uur rijdt, en bij zo weinig volume is dat normaal. Wat niet verandert: de rustige ritten blijven rustig.

Twee praktische regels. Valt er een training weg, schrap dan de woensdag en niet de donderdag. En in je lichtere week wordt de dinsdag 3 × 3 minuten en rij je zaterdag zonder tempoblokken.

In het kort

  • Maak je rustige ritten rustig en je harde ritten hard. In het midden blijft je FTP staan.
  • Rij elke week twee gerichte trainingen: één net onder of rond je drempel, één erboven.
  • Verleng eerst de tijd in de zone, dan pas de intensiteit. Plan om de drie à vier weken een lichtere week.
  • Herstel hoort bij de training. Twijfel je, schuif de zware dag op.
  • Hou je FTP actueel, anders train je met verouderde zones.
FTPIntervallenWeinig tijdTrainingsschema